Ontruimingsplan

1. Inleiding en toelichting

In verband met de veiligheid van het bestuur, de manager, het bar-kantoorpersoneel, trainers/vrijwilligers en bezoekers van ons sportcentrum stellen wij dit ontruimingsplan op. Ons sportcentrum heeft in dit kader de volgende zaken op orde: noodverlichting, nooduitgangen, vluchtroutes, bewegwijzering, brandvoorzieningen, en andere zaken.

Dit plan zal worden gebuikt wanneer zich calamiteiten voordoen, zoals:

brand;explosiegevaar; bommelding;persoonlijke ongevallen ( bijv. struikelen, vallen, elektrocutie e.d.); externe gebeurtenissen (bijv. natuurrampen).

Dit plan wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur. De manager van het sportcentrum zal dit plan beheren.

Het bestuur, de manager, het bar- en kantoorpersoneel, de technische dienst en de trainers/vrijwilligers van de afdelingen dienen op de hoogte te zijn van dit plan zodat in geval van calamiteiten de ontruiming geordend en zonder paniek kan verlopen.

Om een eventuele ontruiming in goede banen te leiden en om zeker te stellen dat alle mensen het sportcentrum hebben verlaten, is het nodig de maatregelen en eventuele acties, maar ook een taakverdeling vast te leggen in het ontruimingsplan.

Een ieder wordt gevraagd dit ontruimingsplan goed door te lezen, zodat iedereen weet wat hij of zij moet doen bij brand of ontruiming. Als iedereen weet wat hij of zij moet doen is hij of zij ook in staat om bezoekers, die op het moment van de calamiteit in het sportcentrum zijn en geen kennis hebben van het ontruimingsplan, terzijde te staan en mee te nemen naar buiten.

Het ontruimingsplan zal worden geplaatst op d website van ons sportcentrum. Tevens zullen afschriften van het plan beschikbaar zijn achter de bar van de kantine, op het kantoor en in de dojo.

2. Tekeningen (plattegrond/ligging sportcentrum)

The Big Lab Sportcentrum bevindt zich in Amsterdam noord en is gelegen aan de Vlierweg 30 achter de Kwantum.

Verdere informatie omtrent de bereikbaarheid en ingangen is te vinden in de plattegronden.

3. Gebouw, installatie- en organisatiegegevens

3.1 Gebouw

De openingstijden van het sportcentrum zijn op doordeweekse dagen van 09.00u tot 22.00u. In het weekend van 9.00 uur tot 14.00 uur. Deze tijden kunnen afwijken indien er een evenement wordt georganiseerd.

Het gemiddelde aantal aanwezige personen is niet gespecificeerd aan te geven. Op weekdagen zullen ongeveer 30 tot 50 personen tegelijkertijd aanwezig zijn. Als er wedstrijden worden georganiseerd waarbij toeschouwers aanwezig zijn zullen dit tussen de 200 - 500 (max) personen zijn. Hoewel het sportcentrum geschikt is voor rolstoelgebruikers, zijn er momenteel geen leden die hiervan gebruik maken.

The Big Lab Sportcentrum bestaat uit een entree waarna je als je links de deur doorgaat de balie/kantine zich bevindt met daarnaast een dojo. In deze hal worden de sporten boksen, kickboksen en circuittrainingen bedreven. Grenzend aan dezelfde ruimte als de balie/kantine bevinden zich twee kleedkamers, een kantoorruimte en twee opslagruimte. De toiletten zijn gesitueerd in de hal van de entree.

2 Installatiegegevens

De entree van de hoofdingang is voorzien van een normale deur. Bij een brandalarm zal deze deur niet automatisch open gaan.

De meterkast bevindt zich op de begane grond na de entree direct links. Met de hoofdschakelaar wordt het gehele gebouw van de normale stroomvoorziening afgesloten

De hoofdafsluiter voor het gas bevindt zich op de begane grond na de entree direct links. Met de hoofdschakelaar wordt het gehele gebouw van de gastoevoer afgesloten.

De hoofdafsluiter voor het water bevindt zich op de begane grond na de entree direct links. Met de hoofdschakelaar wordt het gehele gebouw van de watertoevoer afgesloten

Het gebouw beschikt over een handbrandalarm die zich na de entree aan de rechterkant naast de deur bevindt. Het handbrandalarm zal worden gebruikt om de aanwezigen in het gebouw te alarmeren. Tevens bevindt er zich een megafoon in de kantine achter de bar. Deze zal naast de handbrandalarm worden gebruikt om de aanwezigen in het gebouw te alarmeren.

3.3 Organisatiegegevens

Het dagelijks beheer van The Big Lab Sportcentrum berust bij het bestuur en de manager. Laatstgenoemde is tevens de veiligheidscoördinator binnen de organisatie. De manager, het kantoor- en barpersoneel, de trainers en stagiaires werken op vrijwillige basis op het sportcentrum. Het sportcentrum wordt gebruikt voor trainingen onder leiding van een sportbegeleider of trainer. Het sportcentrum wordt ook verhuurd aan externe gebruikers en organisaties die hier competities spelen of hun sport bedrijven.

4. Alarmeringsprocedure

4.1 Interne alarmering

Zodra er brand uitbreekt in het sportcentrum dient een vrijwilliger die de brand constateert, met de aanwezige handmelder alarm te maken. Dit alarmsignaal is voor personeel, trainers/vrijwilligers in het sportcentrum het sein om te gaan ontruimen. Verdere alarmering en instructies over de ontruiming zullen d.m.v. de megafoon worden gegeven. De BHV-er zal worden gealarmeerd.

4.2 Externe alarmering

Alarmering van de hulpdiensten (bel 112) worden gedaan. Hierbij dient de navolgende informatie te worden doorgegeven:

De exacte locatie van de brand. Aard en omvang van de brand. Zijn er slachtoffers?

Is de brandmeldinstallatie in werking

5. Ontruimingsorganisatie en wijze van ontruimen

Er is niet één bepaald persoon die het sein tot ontruiming geeft, omdat wanneer een brandalarm wordt gehoord of gegeven, er direct actie genomen dient te worden. Hiertoe krijgen het personeel en de vrijwilligers instructie hoe te handelen. De manager zal, wanneer aanwezig, altijd de leiding nemen.

Afhankelijk van de omvang van de brand zal een gedeeltelijke of volledige ontruiming worden uitgevoerd. Er bevinden zich nooduitgangen en vluchtwegen in de dojo en kantine. Deze zijn met de daarvoor voorgeschreven aanduidingen aangegeven. Via de calamiteitenomroep van de geluidsinstallatie zal de vorm van ontruiming worden aangekondigd.

Wanneer een personeelslid of vrijwilliger alleen is, kan er worden gekozen voor een totale ontruiming bij een brandalarm zonder eerst na te gaan of het een kleine of een grote brand en/of andere calamiteit is. Wanneer men met meerderen is zal een de brandweer alarmeren en de ander zich naar de locatie van de brand begeven. Hierna zal worden besloten welke vorm van ontruiming wordt toegepast.

Bij een gedeeltelijke ontruiming zal het personeelslid/vrijwilliger die bij de locatie van de brand is de verantwoording hiervoor nemen. Bij een totale ontruiming zal dit personeelslid/vrijwilliger tevens controleren of alle aanwezigen het sportcentrum hebben verlaten.

6. Taken bij een ontruiming of een ontruimingsalarm

6.1 Personeel/vrijwilligers

Het personeel en de vrijwilligers dienen zich te realiseren dat bezoekers en/of op bezoek zijnde sporters niet op de hoogte zijn van de omstandigheden en maatregelen in het sportcentrum. Om die reden dienen zij zich te realiseren dat zij verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van deze personen.

6.1.1 Ontdekken van een brand

Naast de zorg voor een snelle melding en de veiligheid van werknemers en bezoekers dient er bij brand als volgt gehandeld te worden. Hieronder worden alle taken beschreven. Wanneer met meerdere personeelsleden of vrijwilligers dienen deze taken te worden verdeeld.

Meld de brand. Controleer of de brandmeldinstallatie is geactiveerd. Bel 112 en geef door:

o De locatie van The Big Lab Sportcentrum en de brand;

o Aard en omvang van de brand;

o Zijn er slachtoffers/vermisten

Waarschuw personen in de omgeving van de brand.

Sluit deuren en eventueel ramen of geef hier opdracht toe.

Blus indien mogelijk met aanwezige kleine blusmiddelen. Zorg wel voor eigen veiligheid.

Volg altijd de instructies op van veiligheidsfunctionaris of brandweer. Breng personen die gevaar lopen in veiligheid. Bepaal of er ontruimd dient te worden. Bepaal tevens of dit een volledige of beperkte

ontruiming dient te zijn. Bij een beperkte ontruiming personen:.

o achter brand- rookwerende deuren laten gaan

o Bij een volledige ontruiming personen de kortste vluchtroute/dichtst- bijzijnde nooduitgang wijzen.

Schakel aanwezige elektrische apparatuur uit of laat dit doen

Ga naar de ingang van de sporthal. Laat geen personen meer toe en houdt de ingang vrij. Geef de bevelvoerder korte en duidelijke informatie bij aankomst van de brandweer.

6.1.2 Een ontruimingsalarm

Wanneer er via de megafoon of andere wijze opdracht wordt gegeven tot volledige ontruiming dienen aanwezige personen zo snel mogelijk via de aangegeven vluchtroutes naar de nooduitgangen te worden geleid. Als verzamelplaats na de ontruiming is de parkeerplaats schuin links van het sportcentrum aangewezen. Bij een beperkte ontruiming dienen aanwezige personen op afstand van de calamiteit te worden geleid.

6.1.3 Een ongeval

Wanneer er een ongeval plaats vindt in het sportcentrum blijft u bij het slachtoffer. Bel 112 ter alarmering van de hulpdiensten en roep zo mogelijk om assistentie. Bij grotere toernooien en evenementen zal altijd een arts aanwezig zijn. Ook kunnen leden van de vereniging die over een EHBO diploma beschikken hiervoor worden ingezet.

6.1.4 Overheidsalarm

Sluit deuren en ramen en zet de ventilatie af. Zet de TV aan op TV Noord- Holland

6.2 Meldpunt alarmeringen

Wanneer een mondelinge of telefonische brandmelding of een andere calamiteit wordt ontvangen dient de ontvanger de dichtstbijzijnde handmelder te activeren. Deze handmelder zal de brandmeldinstallatie in werking stellen.

6.3 Veiligheidscoördinator

De veiligheidscoördinator zal zo spoedig mogelijk worden gewaarschuwd wanneer zij zich niet in het sportcentrum bevindt. Wanneer zij zich in het sportcentrum bevindt zal zij direct de leiding van de calamiteitsbestrijding op zich nemen.

U wordt gewaarschuwd middels de telefoon.Begeef u naar de ingang en informeer waar de brandmelding vandaan komtAlarmeer, indien dit nog niet is gedaan, afhankelijk van de aard van het incident de brandweer en/of politie/ambulance of laat deze alarmeren.Begeef u naar de brandlocatie.Beslis of er geheel of gedeeltelijk moet worden ontruimd. Geef leiding aan de ontruiming.Begin indien van toepassing en mogelijk met brandbestrijding. Informeer de bevelvoerder van de brandweer bij zijn aankomst.

6.4 Verantwoordelijkheden

Bij afwezigheid van de veiligheidscoördinator zal de bestuurder of de aangewezen vrijwilliger haar taken en verantwoordelijkheden op zich nemen.

7. Ontruimingsplattegronden

Bij dit ontruimingsplan zijn de vluchtplattegronden volgens de NeN norm opgenomen. Deze plattegronden zijn tevens uitgeprint te vinden bij de kantine en in de dojo.

A. Alarmnummers

1.1 Alarmnummers 112 en 09008844 (geen spoed wel politie politie)

Veiligheidsfunctionaris

Naam : Karen Althoff

Mobiel : 0611868026

Plaatsvervanger: Aanwezig personeel, bestuurslid of sportbegeleider

Naam: Astrando Arduin

Mobiel: 0631903538

Naam: Tony Roelofs

Mobiel: 0654335541

Bedrijfshulpverleners (inventarisatie onder de leden wordt momenteel gedaan):

Naam : Borger Tam

Mobiel : 0647300007

Naam : Rob Manvis

Mobiel : 0653918998

Alarmnummers hulpverleningsdiensten

Algemeen alarmnummer 112

Bij calamiteit met lagere prioriteit

‐ politie : 09008844‐ ambulancedienst : 020 5709500

088 0129740 (buiten kantooruren)

Huisartsenpost ‐ : 088 003 0600Gasbedrijf : Liander 08009009Waterleidingbedrijf : Waternet 09009394Elektriciteitsbedrijf : NUON 0900-0808

B. Gedragsregels personeel

Stel u regelmatig op de hoogte van:

de plaats en bediening van de handbrandmelders en megafoon; de ligging van de vluchtwegen;de plaats en de bediening van de juiste blusapparatuur.Brand‐ en rookwerende deuren mogen nooit in geopende stand worden vastgezet en/of geblokkeerd anders dan met magneetsluitingen.Plaats nooit obstakels zodanig, dat zij het zicht op en directe bruikbaarheid van blus‐ en meldingsapparatuur belemmeren.Houd alle ruimten vrij van onnodig afval of emballage.Brandbare vloeistoffen dienen zo min mogelijk op de afdelingen te verblijven.Werkzaamheden met open vuur (lassen, solderen, verf afbranden, e.d.) zijn alleen toegestaan na overleg met de technisch medewerker.Let op met kooktoestellen, broodroosters en ovens op de afdelingen. Roken is niet toegestaan in het gehele gebouw.Lees regelmatig de instructies kleine blusmiddelen.Te allen tijde dient erop toegezien te worden dat alle in‐, uit‐ en doorgangen (vluchtwegen, zoals gangen, nooduitgangen en trappenhuizen) vrijgehouden worden van obstakels.Buitendeuren dienen door iedereen van binnenuit gemakkelijk te openen te zijn. De vloeren van vluchtwegen mogen nooit ‐ door welke oorzaak ook ‐ glad zijn.Vloermatten dienen zodanig aangebracht te zijn dat zij niet kunnen verschuiven en in geen enkel opzicht gevaar voor uitglijden, struikelen of vallen veroorzaken.In en om de ruimte van de centrale verwarmingsinstallatie mag geen opslag plaatsvinden van materialen die niet tot de installatie behoren.Onder trappen, in trappenhuizen en in gangen mogen nooit goederen worden opgeslagen.In het gebouw, mogen geen brandgevaarlijke stoffen op andere dan de voorgeschreven wijze aanwezig / opgeslagen zijn.Voor elektrische aansluitingen mogen geen andere dan goedgekeurde stekkers of contacten gebruikt worden.Leiding en personeel dienen bekend te zijn met het ontruimingsplan.

C. Hoe te handelen bij ontdekking van brand

1. Meld de brand!

Bel brandweer via 112 Bij de melding vermeldt u:

‐ het juiste adres met de plaatsnaam

‐ wat er brand

‐ of er slachtoffers zijn.

2. Waarschuw personen in de omgeving:

‐ door roepen en kloppen

‐ door telefoneren

‐ via megafoon

3. Doe deuren achter u dicht

‐ dit om verspreiding van rook en hitte te voorkomen

4. Breng personen die gevaar lopen in veiligheid

‐ achter rook‐ en brandwerende deuren

‐ bij grote branden via de trap naar de begane grond

5. Blus indien mogelijk

‐ met de aanwezige kleine blusmiddelen

‐ lees de gebruiksaanwijzing

‐ blus op afstand

6. Zorg voor eigen veiligheid

‐ vermijd blootstelling aan rook en hitte

‐ indien ingesloten:

a. maak kenbaar waar u bent (telefoon, roepen, kloppen)

b. blijf laag bij de grond

c. dicht deuren af met natte doeken.

7. Zorg voor opvang brandweer/politie

‐ Geef informatie over: o Wat brandt er? o Waar brandt het? o Is er ontruimd? o Zijn er vermisten?

o Zijn er speciale gevaren, bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen?

o Zijn er bouwkundige gegevens over het pand beschikbaar?

D. Openen van deuren

Wanneer u een brand kunt verwachten in ruimte achter een gesloten deur, moet u de deur niet zomaar openen. Men moet altijd rekening houden met heet feit dat er een fikse brand achter de deur woedt of dat er door het plotseling openen van de deur te veel zuurstof wordt toegevoerd en een smeulbrand explosief tot ontbranding komt (flash‐over).

Controleer eerst of de deur warm is. Dit doet men door de vlakke hand hoog op de deur en vervolgens op de klink te voelen. Wanneer de deur warm is moet u ervan uitgaan dat er een flinke brand achter de deur woedt en zal het geen zin hebben om me een draagbaar blusapparaat naar binnen te gaan.

Wat moet u dan wel doen als de deur warm is?

‐ De deur dicht laten.

‐ De persoenen in de omgeving waarschuwen.

‐ Branduitbreiding zien te voorkomen door de deur te koelen met water (brandhaspel).

Als de deur niet warm is waar u de brand vermoedt kunt u de deur voorzichtig openen. U moet er wel rekening mee houden dat er achter de deur een smeulbrand kan zijn, die ervoor kan zorgen dat er bij zuurstof toetreding een steekvlam kan ontstaan. Als u nu op de juist wijze de deur opent is er weinig kans op verwondingen. Het openen van een deur gaat als volgt in zijn werk:

Kijk waar de scharnieren zitten:

Zitten deze aan uw kant dan draait de deur naar u toe, en kunt u bescherming achter de deur zoeken. Zijn de scharnieren niet zichtbaar dan draait de deur van u af.

Zoek dan bescherming aan de kant van de klink naast de deur. Blijf altijd laag door te knielen. Vervolgens opent u de deur een stukje en houdt u de klink vast. Bij een hevige brand of rookontwikkeling sluit u meteen weer de

deur en ontruimt u de omgeving. Bij een beginnende brand neemt u neemt u een klein blusmiddel mee en probeert u deze te blussen.

Denk aan zuurstoftoetreding en rookverspreiding.

Bij het benaderen van een brandhaard moet u onderstaande punten in acht nemen:

‐ kies het juiste blusmiddel;

‐ wees voorzichtig met deuren, volg de juiste deurprocedure;

‐ blijf laag bij de grond, hier hangt de minste rook en is het minst warm;

‐ voorkom uitbreiding, sluit ramen en deuren;

‐ blus op afstand;

‐ geef anderen duidelijke instructies.

Bij het benaderen van een brandhaard en het ondernemen van een bluspoging moet u altijd uw eigen veiligheid in acht nemen, en deze onder geen voorwaarde in gevaar brengen.

E. De Brandslanghaspel

De brandslanghaspel komt op 2 verschillende locaties in het gebouw voor. De slanghaspel is over het algemeen een rode ronde schijf met een daarop gewonden volrubber slang die op de waterleiding is aangesloten. Direct onder of boven de slanghaspel bevindt zich in de voedingpijp een afsluiter die normaal dicht dient te staan. Aan het einde van de slang bevindt zich een afsluitbare straalpijp die ook nog in de zogeheten “sproeistraal” en in een “gebonden straal” gezet kan worden. De lengte van de slang kan variëren van

20 tot 30 meter. U zult dus goed moeten kunnen beoordelen welke afstand naar de brandhaard afgelegd moet worden.

De worplengte van het water uit de slanghaspel is ongeveer 5 meter.

Alvorens de slanghaspel te gebruiken:

‐ rol de slang ongeveer 2 meter van de haspel af;

‐ open de hoofdafsluiter in de voedingspijp:

‐ controleer of er water uit komt door even de straalpijp open en weer dicht te zetten;

‐ loop de slang uit in de richting van e brand;

‐ straalpijp openen in de juist stand (meestal de sproeistraal).

Bij het gebruik van een slanghaspel altijd laag bij de grond blijven.

Branden die beslist niet met water geblust mogen worden:

‐ Olie en vet

De temperatuur van brandende vetten is hoger dan die van water. Water is zwaarder dan olie en zal bij het opbrengen hiervan gaan zinken in de olie. Door de hoge temperatuur van de olie zal het water zeer snel gaan verdampen en 1700 keer vergroten, zodat de stoom de olie alle kanten opduwt met als gevolg dat de brandt zich zeer snel uitbreidt. (Denk aan het kopje water in de frituurpan.)

‐ Elektriciteit

Elektriciteit brandt niet, maar kan wel een ontstekingsbron zijn. Bij een brand zullen in de meeste gevallen de isolatoren branden. Water heeft door verontreiniging een zeer hoog geleidend vermogen waardoor heel gevaarlijke situaties kunnen ontstaan bij een waterblussing.

De nadelen van blussen met water zijn:

‐ het geeft nogal veel nevenschade;

‐ het is elektrisch geleidend;

‐ het is vorstgevoelig.

F. De Poederblusser

De poederblussers hebben een groot blussend vermogen, zijn handzaam en gemakkelijk door één persoon te bedienen.

Draagbare poederblussers zijn er in verschillende uitvoeringen.

De maten kunnen variëren (2 – 12 kg) en de soorten poeder varieert (3 soorten).

ABC‐poeder voor vaste stoffen, vloeistoffen en gassen. BC‐poeder voor vloeistoffen en gassen.

D‐poeder voor metalen.

Hoe ze in werking gesteld moeten worden staat erop, maar bij alle poederblussers moet eerst de verzegeling worden verbroken waarna de borgpen verwijderd kan worden.

Alle poederblussers zijn voorzien van een afsluiter, zodat u

zelf de hoeveelheid poeder kunt regelen en met kleine stootjes kunt blussen.

Dit is nodig omdat de poeder krachtig uit de blusser komt en u het zicht op de brand zal ontnemen.

Gebruik van de poederblusser:

‐ Activeer de blusser. Houd deze schuin van u af, totdat er druk op staat (is hoorbaar).

‐ Nader de brand niet te dicht. 3 tot 5 meter geeft de meest optimale werking van de poederwolk.

‐ Richt deze op de plaats, waar de vlammen uittreden.

‐ Laat de wolk voor u uitlopen.

‐ Doe dit bij vloeistoffen met de wind in de rug en met ononderbroken straal met heen‐ en‐weergaande bewegingen in de breedte.

‐ Bij vaste stof branden, stootsgewijs blussen.

‐ De spuitduur varieert van 5 tot 20 seconden.

‐ De werkdruk van het apparaat is 15 bar.

De blussende werking van poeder berust op het principe van een negatief katalytisch effect. Dat wil zeggen dat het poeder het verbrandingsproces onderbreekt. Het breekt als het ware de vlammen af.

G. De Koolzuursneeuwblusser

CO2 blussers (kooldioxide‐ of koolzuursneeuwblussers) vindt u op plaatsen waar andere blusmiddelen óf onnodig veel schade geven óf gevaar voor de gebruiker opleveren. De CO2 blusser is direct te herkennen aan de expansiekoker (bluskoker).

Kooldioxide wordt onder druk en tot vloeistof verdicht in een stalen drukhouder opgeslagen. De druk in de cilinder bedraagt bij 20 graden Celsius 58.5 bar. Aangezien bij verhitting van de cilinder de druk snel zal oplopen is de drukhouder voorzien van een overdrukventiel. In de hals bevindt zich een schroefspindel of hevelafsluiter met daaraan geschroefd een expansiekoker, al dan niet verbonden met een slang. De meest voorkomende draagbare CO2 blussers zijn variërend van 1 t/m 7 kg.

Werking van de CO2 –blusser

Bij het openen van de afsluiter zal via de stijgbuis vloeibare kooldioxide door de druk van de eigen dampspanning in de expansiekoker worden geperst. Hierop volgt een snelle verdamping. De warmte die hiervoor nodig is wordt onttrokken aan de ruimte in de koker. Hierdoor koelt het uitstromende koolzuur tot circa –80 graden Celsius.

De blussende werking van CO2 is gebaseerd op het verdrijven van zuurstof (verstikken). Door toevoer van gasvormige CO2 tot circa 30% à 50% wordt het zuurstofgehalte in de lucht verlaagd.

Aangezien CO2 een kleur‐,geur‐ en smaakloos gas is moet u erop bedacht zijn dat het voor mens en dier gevaarlijk kan zijn bij hoge concentraties.

Bij minder dan 12% zuurstof in de lucht is het dodelijk!

Deze blusser nooit voor het blussen van personen gebruiken

Gebruik van de CO2 –blusser

‐ Open de afsluiter volledig.

‐ Houd de handgreep op de juiste plaats vast in verband met bevriezing.

‐ Laat de ruimte vollopen met CO2 .

Nadelen: Voordelen:

‐ Het verwaait buiten snel. ‐ Het richt geen nevenschade aan.

‐ Zware cilinders, moeilijk te hanteren. ‐ Het niet elektrisch geleidend.

‐ Het werkt verstikkend bij hoge concentraties. ‐ Het is niet vorstgevoelig.

‐ Het wekt door wrijving statische

elektriciteit op.

‐ Geen worplengte, men moet de brandhaard

erg dicht benaderen.

I. Formulieren

Formulier brandmelding

Datum :……………………………………………………………

Tijd :……………………………………………………………. Brand gemeld via: □ rook‐ en/of branddetectie

□ handbrandmelder

□ telefonisch door………………..locatienummer ……..

□ anders nl…………………………………….

Locatie van de brand:

□ sportzaal/dojo

□ kleedkamers

□ kantine

Zijn er vermisten : ja/nee vermoedelijk aantal:……….

Zijn er slachtoffers : ja/nee vermoedelijk aantal:………. Toestand van het slachtoffer : ……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………..

Ontruimingsplan in werking : ja / nee gedeeltelijk : ja / nee

Na opdracht van de beheerder, bel de alarmcentrale van de brandweer middels het nummer 112 en geef bovenstaande gegevens door aan de centralist(e).

Bericht doorgegeven aan : ……………………………………………………………………………… Bijzonderheden : ……………………………………………………………………………… Formulier doorgezonden aan : ……………………………………………………………………………… Bericht opgenomen door : ………………………………………………………………………………

Formulier bommelding

Datum : ………………………… Tijd: ……………………………………………

Letterlijke inhoud van het bericht : …………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………..………………………………………………...

………………………………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag op vriendelijke ontspannen toon

Wanneer springt de bom? : ………………………………………………… Heeft de bom een tijdmechanisme? : ………………………………………………… Waar ligt de bom? : ………………………………………………… Hoe ziet de bom eruit? : ………………………………………………… Is de bom ergens in verstopt? : ………………………………………………… Is het een explosieve bom? : ………………………………………………… Is het een brandbom? : …………………………………………………

Waarom doet u dit? : …………………………………………………

Wie bent u? : ………………………………………………… Van wie en hoe heeft u dit gehoord : …………………………………………………

Identificeer berichtgever

Stem : □ man □ vrouw □ kind Spraak : □ langzaam □ normaal □ snel

□ afgebeten □ ernstig □ lachend

□ hakkelend □ lispelend □ hees / schor

□ Nederlands □ Engels □ Duits □ Frans

Achtergrondgeluiden: □ lachen □ praten □ schrijfmachine

□ muziek □ werkplaats □ vliegtuigen

□ verkeer □ kinderen Bericht doorgegeven aan : …………………………………………………. Bijzonderheden : …………………………………………………. Formulier doorgezonden aan : …………………………………………………. Bericht opgenomen door : ………………………………………………